Er zijn situaties en omstandigheden waardoor belanghebbenden al dan niet tijdelijk niet in aanmerking komen voor langdurigheidstoeslag. In dit hoofdstuk wordt daar kort nader op ingegaan. Nu langdurigheidstoeslag een vorm van bijzondere bijstand is zijn de algemene uitsluitinggronden van de WWB van toepassing. Ze gelden echter alleen voor de situatie op de peildatum. Een langdurig verblijf in het buitenland gedurende een periode voorafgaand aan de peildatum belemmert het recht op langdurigheidstoeslag niet.
Wel kan het zijn dat – op andere gronden – de langdurigheidstoeslag niet kan worden verstrekt.
Een van die gronden is een niet traceerbeer inkomen. Een niet traceerbaar inkomen kan duiden op een dubieus inkomen uit bijv. zwart werk of criminele activiteiten.
De belanghebbende moet (zeer) aannemelijk maken waarvan hij in deze periode heeft geleefd. De uit-sluitinggrond is niet het feit dat er een onderbreking van het inkomen is geweest, maar het feit dat informatie (lees inlichtingen) over die inkomsten ontbreekt. De inlichtingenplicht t.a.v. het inkomen in de referteperiode ligt bij de cliënt. De gemeente moet kunnen vaststellen dat het inkomen van belanghebbende gedurende 60 maanden op of onder bijstandsniveau heeft gelegen. Inlichtingenbureau en de belastingdienst kunnen als verificatie instrument dienen.
Het gedurende lange tijd niet ingeschreven hebben gestaan in de Gemeentelijke basisadministratie voorafgaande aan de peildatum belemmeren de aanspraak op de langdurigheidstoeslag niet. Als belanghebbende in de referteperiode langdurig in het buitenland heeft verbleven geldt op grond van de inlichtingenplicht dat belanghebbende aannemelijk moet maken wat de aard en de omvang van die inkomsten zijn geweest.
Als niet wordt aangetoond en vastgesteld dat belanghebbende tot de kring van rechthebbende behoort dan dient de aanvraag wegens het niet kunnen vaststellen van het recht op langdurigheidstoeslag afge-wezen te worden. Beleidsregel: Uitsluitingen. Niet voor de langdurigheidstoeslag komen in aanmerking belanghebbenden die in de periode van 72 maanden meer dan 12 maanden geen inkomen of een inkomen heeft gehad waarvan de bron en de hoogte niet kan worden vastgesteld.
Hoofdstuk 14
Artikel 14.5
Uitsluitingen
Onderdeel van Handreiking Bijzondere bijstand en Voorzieningen voor minima 2012 Gemeente Neder-Betuwe