Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Moment indiening aanvraag bijzondere bijstand.

Onderdeel van Handreiking Bijzondere bijstand en Voorzieningen voor minima 2012 Gemeente Neder-Betuwe

In beginsel verbiedt artikel 44 lid 1 WWB, bijstandsverlening vanaf een eerdere datum dan de datum waarop belanghebbende zich heeft gemeld voor de aanvraag. Dit verbod op bijstandsverlening met te-rugwerkende kracht geldt ook voor bijzondere bijstand. Onder omstandigheden is bijstandsverlening met terugwerkende kracht wel mogelijk. Of er sprake is van een aanvraag tot bijstandsverlening met terugwerkende kracht, dient de gemeente zich een oordeel te vormen over de vraag van het tijdstip waarop de kosten gemaakt zijn. Het tijdstip waarop de kosten gemaakt zijn wordt niet bepaald door de facturatiedatum (het tijdstip waarop de rekening gepresenteerd wordt), maar door het tijdstip waarop de kosten zijn opgekomen. Beleidsregel: Moment indiening aanvraag bijzondere bijstand. Een aanvraag voor bijzondere bijstand moet in beginsel worden ingediend vóór dat de kosten zijn ge-maakt. Hierop bestaat een uitzondering, te weten: Als de noodzakelijkheid van de gemaakte kosten nog kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld bij de vervanging van een bril of eigen bijdragen van medische voorzieningen en verstrekkingen, waarvan de noodzaak al is vastgesteld op grond van de AWBZ en/of Zorgverzekeringswet. In dat geval kan een aanvraag voor deze kosten nog worden ingediend tot 12 maanden nadat de kosten zijn gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel