Naar hoofdinhoud
Op grond van artikel 34 lid 2 onderdeel b en lid 4 WWB wordt het vermogen bij bepaling van het recht op algemene bijstand vrijgelaten voor zover dit minder bedraagt dan de toepasselijke vermogensgrens. Het bepaalde in artikel 34, lid 4 WWB is niet van toepassing op degene die een inkomensvoorziening WIJ heeft. Het lijkt erop dat de ontvangst van bezittingen tijdens de uitkeringsperiode niet kan leiden tot beëindiging van de voorziening, zolang het feitelijke vermogen maar onder de toepasselijke vermogens-grenzen blijft.  De hoogte van de vermogensgrenzen zijn opgenomen in artikel 34 lid 3 WWB.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel