Voor de vaststelling van de hoogte van de bijzondere bijstand zijn twee componenten van belang:
- welke middelen in aanmerking worden genomen (=inkomen en vermogen) en;
- welke deel van deze in aanmerking te nemen middelen ingezet kan worden ter voldoening van de bij-zondere kosten (= draagkracht) In het voorgaande is aangegeven welke middelen bij de vaststelling van de draagkracht in aanmerking worden genomen. Om te voorkomen dat de armoedeval in de hand wordt gewerkt is het wenselijk dat daarmee rekening wordt gehouden bij het vaststellen van de draagkrachtpercentages. Om ook de iets hogere inkomens (net boven bijstandsniveau) met bijzondere uitgaven de mogelijkheid te bieden een beroep te doen op de bijzondere bijstand is het toch ook wenselijk om het draagkrachtloos inkomen iets te verhogen.
Hantering van een draagkrachtloos inkomen tot 110% van de toepasselijke bijstandsnorm is daarvoor een goed uitgangspunt.
Beleidsregel: Berekening draagkrachtpercentages
Draagkracht uit inkomen
1. 0 % van het in aanmerking te nemen inkomen tot 110% van de toepasselijke WWB- en WIJ- norm;
2. 50% van het in aanmerking te nemen inkomen voor zover dat meer is dan 110% van de toepasselijke WWB –en WIJ- norm
3. 100% van het in aanmerking te nemen inkomen (= inkomen boven de toepasselijke WWB- en WIJ- norm), indien bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de algemene kosten van levensonderhoud (bijv. woonkosten, zorgverzekeringpremie, enz.)
Draagkracht uit vermogen
1. 100% van het in aanmerking te nemen vermogen dat de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 WWB overschrijdt, indien en zover er sprake is van vermogen dat direct ter beschikking is (saldo op bankrekening en contant geld).
2. 100% van het in aanmerking te nemen vermogen, indien bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de algemene kosten van levensonderhoud (bijv. woonkosten, zorgverzekeringpremie, enz.)
3. 100% van het in aanmerking te nemen vermogen indien aannemelijk is dat de te verlenen bijzondere bijstand over de periode gelijk aan het draagkrachtjaar naar verwachting meer bedraagt dan het be-drag gelijk aan de van toepassing zijnde norm volgens artikel 21 onder a, b of c WWB en artikel 26 t/m 29 WIJ.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.5
Draagkrachtberekening
Onderdeel van Handreiking Bijzondere bijstand en Voorzieningen voor minima 2012 Gemeente Neder-Betuwe