Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.7

Artikel 2.1.7

Onderdeel van Subsidieregeling instandhouding Erfgoed Zaanstad 2012

1.. De subsidie bedoeld in artikel 2.1.2 wordt verleend onder de voorwaarden dat: binnen drie maanden na een bij verlening te bepalen tijdstip met de werkzaamheden een aanvang wordt gemaakt; de werkzaamheden worden uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in de beleidsregel ‘Restauratierichtlijnen 2011 gemeente Zaanstad’ voor restauratie en onderhoud van rijks- en gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden in de gemeente Zaanstad; de werkzaamheden zijn afgerond binnen een jaar na de start van de werkzaamheden; aan de door burgemeester en wethouders met controle belaste personen op de door die personen te bepalen tijdstippen: toegang wordt verleend tot het gemeentelijk monument; inzage wordt verleend van de op de werkzaamheden betrekking hebbende bescheiden en tekeningen; de op de werkzaamheden betrekking hebbende gegevens worden verstrekt; gelegenheid wordt gegeven tot het controleren van de op de werkzaamheden betrekking hebbende gegevens; bij de uitvoering van de werkzaamheden niet wordt gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 3 van het Vestigingsbesluit Bouwnijverheidsbedrijven 1958; geen hoger bedrag zal worden uitbetaald dan dat van de totale uit in te dienen rekeningen blijkende subsidiabele instandhoudingskosten. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen afwijkingen van de in lid 1 onder sub a. en c. genoemde termijnen toestaan. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen voorts aan de toekenning van de subsidie bedoeld in artikel 2.1.2 lid 2 en 3 de voorwaarde stellen dat: de eigenaar in samenhang met de instandhoudingswerkzaamheden een bouwhistorisch en/of archeologisch onderzoek dient te laten uitvoeren; de eigenaar bij de restauratiewerkzaamheden vrijkomende historische bouwmaterialen om niet beschikbaar dient te stellen aan de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel