**1..** De subsidie bedoeld in artikel 2.1.2 wordt verleend onder de voorwaarden dat:
binnen drie maanden na een bij verlening te bepalen tijdstip met de werkzaamheden een aanvang wordt gemaakt;
de werkzaamheden worden uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in de beleidsregel ‘Restauratierichtlijnen 2011 gemeente Zaanstad’ voor restauratie en onderhoud van rijks- en gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden in de gemeente Zaanstad;
de werkzaamheden zijn afgerond binnen een jaar na de start van de werkzaamheden;
aan de door burgemeester en wethouders met controle belaste personen op de door die personen te bepalen tijdstippen:
toegang wordt verleend tot het gemeentelijk monument;
inzage wordt verleend van de op de werkzaamheden betrekking hebbende bescheiden en tekeningen;
de op de werkzaamheden betrekking hebbende gegevens worden verstrekt;
gelegenheid wordt gegeven tot het controleren van de op de werkzaamheden betrekking hebbende gegevens;
bij de uitvoering van de werkzaamheden niet wordt gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 3 van het Vestigingsbesluit Bouwnijverheidsbedrijven 1958;
geen hoger bedrag zal worden uitbetaald dan dat van de totale uit in te dienen rekeningen blijkende subsidiabele instandhoudingskosten.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen afwijkingen van de in lid 1 onder sub a. en c. genoemde termijnen toestaan.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen voorts aan de toekenning van de subsidie bedoeld in artikel 2.1.2 lid 2 en 3 de voorwaarde stellen dat:
de eigenaar in samenhang met de instandhoudingswerkzaamheden een bouwhistorisch en/of archeologisch onderzoek dient te laten uitvoeren;
de eigenaar bij de restauratiewerkzaamheden vrijkomende historische bouwmaterialen om niet beschikbaar dient te stellen aan de gemeente.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.7
Artikel 2.1.7
Onderdeel van Subsidieregeling instandhouding Erfgoed Zaanstad 2012