Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 10.

De hoogte en duur van de maatrege

Onderdeel van Verordening Maatregelen Wet investeren in jongeren

l 1.De maatregel wordt vastgesteld op: a.€ 75,00 bij een gedraging uit de eerste categorie; b.€ 150,00 bij een gedraging uit de tweede categorie; c.weigering van de inkomensvoorziening gedurende 1 maand bij een gedraging uit de derde categorie. In afwijking van het eerste lid kan van het opleggen van een maatregel worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van een jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jongere een schriftelijke waarschuwing is gegeven. De duur van de maatregel bedoeld in het eerste lid wordt in beginsel vastgesteld op een maand. In afwijking van het vorige lid kan de duur van de maatregel worden verdubbeld, indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel