Artikel 2 Wettelijke grondslagOp basis van Algemene plaatselijke verordening (Apv) is een vergunning nodig van het college voor:
het maken of veranderen van een uitrit op de weg;
het gebruik maken van de weg voor het hebben van een uitweg waarvan de gemeente wegbeheerder is.
Dit type vergunning wordt uitwegvergunning genoemd. Een aanvraag omgevingsvergunning (voor de activiteit aanleggen uitweg) wordt getoetst aan deze beleidsregel. Voldoet een aanvraag niet aan de toetsingscriteria genoemd in deze beleidsregel, dan weigert het college de vergunning, tenzij dit wegens bijzondere omstandigheden onevenredig is (4:84 Awb).
De wettelijke basis voor de vergunningverlening is artikel 2.12 van de Algemene Plaatselijke Verordening Buren (APV). Dit artikel luidt als volgt: Artikel 2.12 Maken, veranderen van een uitweg.
Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders:a. een uitweg te maken naar de weg;b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
Onverminderd artikel 1.8 kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd in het belang van:a. de bruikbaarheid van de weg;b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg;c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Waterschapskeur het Rijkswegenreglement of de Gelderse Wegenverordening van toepassing is.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Wettelijke grondslag
Onderdeel van Beleidsregel uitwegen (omgevingsvergunning) gemeente Buren 2011