Onverminderd artikel 7 kan het college een vergunning voor een
standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel
telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen
schorsen, indien de vergunninghouder of een persoon die hem
bijstaat:
het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de
voorschriften van de vergunning overtreedt of zich
schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld dat
wordt geheven op grond van artikel 229 van de
Gemeentewet, voldoet;
zelf bepaalt om de standplaats niet in te nemen.
Bij intrekking of schorsing van een vaste standplaatsvergunning
wordt de volgende procedure gevolgd:
vergunninghouder wordt mondeling gewaarschuwd;
bij niet reageren wordt de vergunninghouder vervolgens
schriftelijk
gewaarschuwd;
bij niet reageren wordt de vergunninghouder vervolgens
schriftelijk op de hoogtegesteld van het besluit van het college
met betrekking tot schorsing dan wel intrekking van de vaste
standplaatsvergunning.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 8.
Intrekking en schorsing vaste standplaatsvergunning
Onderdeel van Verordening op de weekmarkten in Waterland