Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Geslotenverklaring voor voertuigen

Onderdeel van Koninginnedagverordening Veenendaal 2012

Voor motorvoertuigen geldt het volgende. Op 29 april 2012 vanaf 05:00 uur tot en met 30 april 2012,16:00 uur geldt voor alle motorvoertuigen een geslotenverklaring voor het gebied gelegen binnen de veiligheidsringen 1 tot en met 3, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende plattegrond. Het is verboden binnen de in het eerste lid genoemde veiligheidsringen en op de daarin genoemde data en tijden zich in of op een motorvoertuig voort te bewegen, een motorvoertuig te (doen) parkeren of te (doen) plaatsen op of aan de openbare weg of op een andere plaats zichtbaar vanaf de openbare weg. Het is verboden met een motorvoertuig het gebied, gelegen binnen veiligheidsring 4, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende plattegrond, op 30 april 2012 tussen 05:00 uur en 16:00 uur binnen te rijden. Bij constatering van een overtreding als bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen de met toezicht en handhaving van deze verordening belaste ambtenaren, vorderingen geven ter handhaving van de bepalingen in dit artikel. Rechthebbenden of gebruikers van motorvoertuigen die binnen de veiligheidsringen 1 tot en met 3, op of aan de openbare weg, of op een openbare plaats en in de straten gelegen in de aanrijroute, zich in of op een motorvoertuig voortbewegen, een motorvoertuig (doen) parkeren of (doen) plaatsen, zijn verplicht op bevel of vordering van de in deze verordening met toezicht en handhaving belaste ambtenaren, deze voertuigen uit dit gebied te verwijderen en verwijderd te houden, totdat van de zijde van de daartoe bevoegde ambtenaren van politie, de mededeling is ontvangen dat deze verplichting is opgeheven. Voor alle overige voertuigen geldt het volgende. Op 30 april 2012 van 05:00 uur tot 16:00 uur geldt voor alle overige voertuigen een geslotenverklaring voor het gebied gelegen binnen de veiligheidsringen 1 tot en met 3, zoals aangegeven op de, bij deze verordening behorende, plattegrond. Het is verboden binnen de in het zesde lid genoemde veiligheidsringen en op de daarin genoemde datum en tijdstippen, zich in of op een overig voertuig voort te bewegen, een overig voertuig te (doen) parkeren of te (doen) plaatsen op of aan de openbare weg of op een openbare plaats zichtbaar vanaf de openbare weg. Bij constatering van een overtreding als bedoeld in het zevende lid, kunnen de met toezicht en handhaving van deze verordening belaste ambtenaren, vorderingen geven ter handhaving van de bepalingen in dit artikel. Rechthebbenden of gebruikers van overige voertuigen die, binnen de veiligheidsringen 1 tot en met 3, op of aan de openbare weg, of op een andere plaats en in de straten gelegen in de aanrijroute, zich in of op een overig voertuig voortbewegen, een overig voertuig (doen) parkeren of (doen) plaatsen, zijn verplicht op bevel of vordering van de met toezicht en handhaving van deze verordening belaste ambtenaren, deze overige voertuigen uit dit gebied te verwijderen en verwijderd te houden, totdat van de zijde van de daartoe bevoegde ambtenaren van politie de mededeling is ontvangen dat deze verplichting is opgeheven.

Rechtspraak bij dit artikel