De gedragingen bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet worden onderscheiden in de volgende categorieën:
A. Categorie 1
het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen van de inlichtingen- en medewerkingsplicht bedoeld in artikel 17 van de wet, voor zover dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag ontvangen van bijstand;
het later terugkeren van verblijf in het buitenland dan ingevolge artikel 13, eerste lid, onder e, dan wel artikel 13 lid 4 van de wet is toegestaan;
het niet of onvoldoende nakomen van een verplichting als bedoeld in hoofdstuk 6, paragraaf 3, van de wet.
B. Categorie 2
het niet als werkzoekende geregistreerd zijn of blijven bij het UWV WERKBEDRIJF.
het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen van de inlichtingen- en medewerkingsplicht bedoeld in artikel 17 van de wet, voor zover dit heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag ontvangen van bijstand, waarbij het bruto benadelingsbedrag lager is dan € 3.000,00
C. Categorie 3
het blijk geven van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan.
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen.
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van geboden re-integratie-instrumenten, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing of zelfstandige maatschappelijke participatie, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van het re-integratietraject.
het niet meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a WWB, indien van toepassing
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel b WWB niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder zoals bedoeld in artikel 9a lid 1 WWB
het onvoldoende nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 WWB of artikel 55 WWB, voorzover het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na de melding zoals bedoeld in artikel 43 lid 4 en 5 WWB
het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel c WWB
het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen van inlichtingen- en medewerkingsplicht bedoeld in artikel 17 van de wet, voor zover dit heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag ontvangen van bijstand, waarbij het bruto benadelingsbedrag hoger is dan € 3.000,00, doch lager dan € 6.000,00
D. Categorie 4
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid.
het door eigen toedoen niet (volledig) verkrijgen of behouden van een voorliggende voorziening waaronder begrepen het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van geboden re-integratievoorzieningen, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing of zelfstandige maatschappelijke participatie, als dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van het re-integratietraject.
het zich zeer ernstig misdragen jegens het college en de in zijn opdracht werkende ambtenaren en medewerkers conform artikel 18 lid 2 WWB.
het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen van inlichtingen- en medewerkingsplicht bedoeld in artikel 17 van de wet, voor zover dit heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag ontvangen van bijstand, waarbij het bruto benadelingsbedrag hoger is dan € 6.000,00, indien er door de bevoegde autoriteiten geen strafvervolging wordt ingesteld.