Naar hoofdinhoud
1.. De aanvraag om een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie wordt ingediend bij het college. In de verordening wordt aangegeven welke gegevens en bescheiden overgelegd dienen te worden, alsmede de beslistermijn. 2.. Het college stelt op aanvraag van de ouder(s) of verzorger(s) vast of hij of zijn partner een persoon is die onder de doelgroep genoemd in artikel 3 van deze regeling is. Alvorens te besluiten, kan het college voor de vaststelling van de noodzaak van kinderopvang advies bij een adviesorgaan als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder c van deze regeling inwinnen. Het advies bevat de volgende elementen: aantal noodzakelijke uren (per dag en verwachte duur); medische of psychische situatie van ouder of kind; informatie van betrokken of doorverwijzende instanties of instellingen. 3.. Het college kan periodiek een herindicatie laten plaatsvinden bij de personen als bedoeld in artikel 3 van deze regeling. De herindicatie vindt plaats overeenkomstig artikel 7 lid 1 van deze nadere regels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel