De raad agendeert het burgerinitiatief voor zijn eerstvolgende
vergadering na de datum van indiening van het initiatief, indien het
voldoet aan de vereisten zoals gesteld in artikel 5. Er dient ten
minste twee weken te liggen tussen de dag van indiening van het
burgerinitiatief en de dag van de vergadering waarin over het
burgerinitiatief wordt beslist.
De voorzitter van de raad nodigt de initiatiefnemer schriftelijk uit
voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatief is geagendeerd. De
initiatiefnemer of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze
vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatief mondeling nader
toe te lichten.
Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatief een
besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door
kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een
van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of
huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.
Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling
gedaan aan de initiatiefnemer.
De initiatiefnemer wordt daarna ingelicht over de vervolgstappen
inzake de uitwerking van het burgerinitiatief.
Indien een burgerinitiatief is afgewezen, is sprake van een besluit
in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en
beroep open staat.