De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken als:
a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
b. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
c. binnen zes weken na het onherroepelijk worden van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt;
d. tussen het begin en het einde van de werkzaamheden deze werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken stilliggen.
Hoofdstuk 3
Artikel 14
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening 2010 gemeente Nunspeet