Op grond van artikel 4, tweede lid, van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen:
Zakken
restafval en GFT-afval van een huishouden in een bovenwoning aan de Delftsestraatweg, de Stationsstraat en de Willem de Zwijgerlaan: door de bewoner aan te schaffen huisvuilzakken van maximaal 60 liter;
Minicontainers
restafval van een huishouden in een grondgebonden woning: één minicontainer van 240 liter (of naar keuze van de bewoner, 140 liter);
grote gezinnen (4 of meer bewoners) en gevallen waar meer dan gebruikelijke hoeveelheden afval ontstaan vanwege medische oorzaak, kunnen op schriftelijke verzoek één extra minicontainer voor restafval verstrekt krijgen;
GFT-afval van een huishoudens in een grondgebonden woning: standaard één en maximaal twee minicontainers van 240 liter (of naar keuze van de bewoner, 140 liter);
Inpandige verzamelcontainers
restafval van een huishouden in een niet grondgebonden woning: inpandige verzamelcontainers;
GFT-afval van een huishouden in een niet grondgebonden woning: inpandige verzamelcontainers;
Verzamelcontainers in cocons
restafval van een huishouden in al bestaande niet grondgebonden woning waarbij vanuit de bestaande situatie inpandige verzamelcontainers niet toepasbaar zijn: verzamelcontainers in buitengeplaatste afsluitbare cocons;
voor GFT-afval van een huishouden in al bestaande niet grondgebonden woning waarbij vanuit de bestaande situatie inpandige verzamelcontainers niet toepasbaar zijn; verzamelcontainers in buitengeplaatste afsluitbare cocons;
Ondergrondse verzamelcontainers
voor restafval van een huishouden in een nieuwe of gerenoveerde niet grondgebonden woning, waar op grond van zwaar wegende ruimtelijke en financiële belangen inpandige inzameling niet mogelijk is: ondergrondse containers, onder de voorwaarde dat de eigenaar/gebruiker van het pand zorg draagt voor de financiering van de ondergrondse containers: ondergrondse verzamelcontainers;
voor GFT-afval van een huishouden in een nieuwe of gerenoveerde niet grondgebonden woning, waar op grond van zwaar wegende ruimtelijke en financiële belangen inpandige inzameling niet mogelijk is: ondergrondse containers, onder de voorwaarde dat de eigenaar/gebruiker van het pand zorg draagt voor de financiering van de ondergrondse container: ondergrondse verzamelcontainers;
voor restafval bij locaties waar in 2012 reeds ondergrondse verzamelcontainers waren gerealiseerd: ondergrondse verzamelcontainers;
voor GFT-afval bij locaties waar in 2012 reeds ondergrondse verzamelcontainers waren gerealiseerd: ondergrondse verzamelcontainers;
voor oud papier en karton: ondergrondse verzamelcontainers (alsmede voor zover nog bestaand: bovengrondse wijkverzamelcontainers);
voor glas: ondergrondse verzamelcontainers (alsmede voor zover al bestaand: bovengrondse wijkverzamelcontainers);
voor textiel: ondergrondse verzamelcontainers (alsmede voor zover al bestaand: bovengrondse wijkverzamelcontainers);
Bovengrondse verzamelcontainers
voor kunststof verpakkingsafval: bovengrondse wijkverzamelcontainers.
Op grond van artikel 4, tweede lid, van de verordening kan het college in individuele gevallen, onder nader door het college vast te stellen voorwaarden, andere inzamelmiddelen en voorzieningen aanwijzen.
Artikel 4
Aanwijzing inzamelmiddelen- en voorzieningen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2012 van de gemeente Pijnacker-Nootdorp