Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2012 van de gemeente Pijnacker-Nootdorp

Krachtens artikel 10, derde lid, van de verordening stelt het college de volgende regels voor het gebruik van de van gemeentewege verstrekte inzamelmiddelen: de inzameldienst is bevoegd om de inzamelmiddelen en -voorzieningen te voorzien van (digitale-) waarop staat vermeld: de afvalstroom waarvoor de container is bestemd, het volume van de container, de betreffende postcode, de betreffende plaatsnaam, de betreffende straatnaam en het betreffende huisnummer; de door of namens de gemeente verstrekte inzamelmiddelen behoren bij de woning en moeten bij verhuizing achtergelaten worden bij/in de woning; de gebruiker van een perceel dient zich tot de klantenservice van de inzameldienst te wenden indien bij een verhuizing naar een perceel geen of een kapot door of namens de gemeente te verstrekken inzamelmiddel wordt aangetroffen, bij verdwijning, vermissing of beschadiging van een door of namens de gemeente te verstrekken inzamelmiddel; de inzamelmiddelen blijven eigendom van de verstrekker en worden bij normale slijtage voor haar rekening technisch onderhouden; de gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen als ware deze zijn eigendom; de gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken dat deze geen overlast voor derden veroorzaakt; huishoudelijk restafval moet bij gebruik van een verzamelcontainer, in een huisvuilzak gedeponeerd worden; huishoudelijk GFT-afval mag bij gebruik van een verzamelcontainer, alleen in een composteerbare huisvuilzak gedeponeerd worden, of los gestort; de verzamelcontainer moet na gebruik weer door de gebruiker gesloten worden; de verstrekte inzamelmiddelen voor rest- en GFT-afval mogen alleen worden gereinigd met koud/warm water; schade ten gevolge van het gebruik en/of reinigen van een minicontainer of verzamelcontainer, komt ten laste van de gebruiker(s); ter voorkoming van maden dienen in een warme periode vlees- en visresten te worden gedeponeerd in de container die het eerst voor lediging in aanmerking komt; het is verboden de volgende voorwerpen en/of afvalstoffen in de inzamelmiddelen te deponeren: brandende of gloeiende voorwerpen en/of afvalstoffen; vloeibare afvalstoffen; agressieve, giftige of explosieve voorwerpen en/of afvalstoffen; dode dieren, beenderen of andere niet vanwege consumptie ontstane dierlijke afvalstoffen; kleine huishoudelijke apparaten (wit- en bruingoed); scherpe voorwerpen en/of afvalstoffen (glas, naalden, etc.); voorwerpen en/of afvalstoffen die schade aan derden kunnen veroorzaken. Krachtens artikel 10, vierde lid, van de verordening stelt het college de volgende regels omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden: het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in containers dient ordelijk te geschieden door plaatsing van de container met het handvat naar de weg toe, op de door de gemeente aangewezen clusterplaats of, indien geen clusterplaats is aangewezen, het voetpad zo dicht mogelijk bij de rijweg of, bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg, zodanig dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen en waarbij aanwijzingen van de inzameldienst dienen te worden opgevolgd; inzamelmiddelen dienen goed gesloten te zijn en inzamelingvoorzieningen moeten na gebruik goed gesloten worden; uit de inzamelmiddelen en de inzamelvoorzieningen mag geen huishoudelijk afval steken; afvalstoffen welke ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en welke na inzameling daardoor in de container zijn achtergebleven, dienen onverwijld door de aanbieder uit de container te worden verwijderd; indien in GFT-afval (al dan niet in een inzamelmiddel) wordt aangeboden in een huisvuilzak, dan moet deze composteerbaar zijn, herkenbaar aan een ‘Kiemplant-logo’; het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen die ter inzameling worden aangeboden in een huisvuilzak mag niet zwaarder zijn dan 7 kilogram en er mogen per perceel maximaal 6 huisvuilzakken per week worden aangeboden; het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden minicontainer mag in zijn totaliteit niet zwaarder zijn dan 60 kilogram; het gewicht van de aangeboden hoeveelheid huishoudelijk klein chemisch afval mag per keer niet zwaarder zijn dan 50 kilogram; klein chemisch afval mag om veiligheidsredenen niet aan de openbare weg worden aangeboden, maar moet persoonlijk worden overhandigd bij het aangewezen afvalbrengstation; de afvalbrengstations van de inzameldienst worden aangewezen als brengdepot waar de afvalstoffen als vermeld in artikel 3, eerste lid, van de verordening kunnen worden achter gelaten; bij de afgifte van afvalstoffen op een afvalbrengstation zijn de acceptatievoorwaarden van de inzameldienst van toepassing; de ontdoener van afvalstoffen moet zich bij of op een afvalbrengstation kunnen legitimeren; de aan huis inzameling van grof afval vindt, tegen vergoeding, plaats nadat de ontdoener hiervoor een afspraak heeft gemaakt met de inzameldienst; grof afval op een voor het inzamelmaterieel goed bereikbare plaats bij de woning, aan de openbare weg klaar te staan; grof afval mag bij het overdragen of het aanbieden geen groter volume hebben dan 3 m3; kleinere stukken grof huishoudelijk afval of grof tuinafval moeten in één of meer bundels samengedrukt en –gebonden worden overgedragen of aangeboden waarbij een bundel niet langer mag zijn dan 1,5 meter, niet breder dan 0,5 meter en niet zwaarder dan 25 kilogram. Op grond van artikel 10, vijfde lid, van de verordening kunnen grof huishoudelijk afval, grof tuinafval en grote elektrische en elektronische apparaten zonder inzamelmiddel maar wel gescheiden ter inzameling worden aangeboden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel