1.Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan behoren hetvoorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door bevoegdgezag te geven aanwijzingen, moet worden herplant.
In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.
Indien niet ter plaatse kan worden herplant kan herplant worden opgelegd op een door de gemeente aan te geven locatie.
De verplichtingen en voorschriften van dit artikel 9 kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 1 genoemde minimummaat.
Tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan het voorschriftehoren dat pas tot vellen van houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken ofndere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere vergunningen, ontheffingen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.