Bij het opleggen van een boete wordt deze verordening in acht genomen. De
boete wordt opgelegd als de nieuwkomer naar het oordeel van het college zich
gedraagt in strijd met artikel 2, 4, vierde lid, 8 eerste volzin, 9, eerste
lid, 10 derde lid of 12, eerste lid van de wet.
Als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt wordt geen bestuurlijke boete
opgelegd.
Artikel 3
Afstemming en dringende redenen
Onderdeel van Boeteverordening Wet Inburgering Nieuwkomers