Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning voor een vaste plaats,
al dan niet voorwaardelijk, intrekken of de inschrijving op de in
artikel 11, lid 1, bedoelde lijst doorhalen, dan wel de
standplaatsvergunning telkens voor ten hoogste twee achtereenvolgende
marktdagen intrekken, indien:
de vergunninghouder het bij of krachtens deze verordening
bepaalde overtreedt;
van de plaats gebruik wordt gemaakt, strijdig met het doel,
waarvoor zij is bestemd;
de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of
bedrog.