Het college houdt bij de aanspraak op ondersteuning bij
arbeidsinschakeling en bij het aanbieden van voorzieningen
rekening met:
het bepaalde in artikel 9, lid 2 en 4 van de WWB
(zorgplicht alleenstaande ouder, beschikbaarheid, kinderopvang, toepassen voldoende scholing en
belastbaarheid);
met de intrinsieke motivatie van een belanghebbende,
voor zover dit de kortste weg naar duurzame
uitstroom in redelijkheid niet belemmert en
de aanwezigheid van een voorliggende
voorziening.
Het college betrekt bij het afwegen van belangen onder meer
de situatie op de arbeidsmarkt, de mate van investering in
een belanghebbende (eerder aangeboden voorzieningen) en het
vooruitzicht op inkomen uit betaalde arbeid.