1. Aflevering vindt plaats op de overeengekomen plaats van bestemming en op het in de overeenkomst bepaalde tijdstip.
2. Zodra opdrachtnemer weet of verwacht dat de goederen niet, of niet tijdig, of niet geheel afgeleverd kunnen worden, zal opdrachtnemer - onverminderd het bepaalde in artikel 7 lid 5 en onverminderd het recht van opdrachtgever op grond van hierdoor intredend verzuim van opdrachtnemer de ontbinding van de overeenkomst in te roepen - opdrachtgever daarvan onverwijld schriftelijk in kennis stellen, aangeven wat de oorzaak en de omstandigheden zijn die hem hiertoe dwingen, en aangeven welke maatregelen noodzakelijk zijn om een oplossing te vinden voor de daaruit voortvloeiende problemen. Onverlet het bepaalde in artikel 24 draagt de opdrachtnemer alle daaruit voortvloeiende schade voor opdrachtgever, tenzij de opdrachtnemer aantoont dat opdrachtgever de veroorzaker is van deze omstandigheden.
3. Indien opdrachtgever tijdig aan de opdrachtnemer kenbaar maakt dat zij om welke reden dan ook niet in staat is de goederen in ontvangst te nemen op het overeengekomen tijdstip, en deze gereed zijn voor verzending, zal de opdrachtnemer op eigen kosten de zaken bewaren, beveiligen, en alle redelijke maatregelen treffen om achteruitgang in de kwaliteit te voorkomen, totdat zij geleverd zijn, een en ander tenzij dit in redelijkheid niet van de opdrachtnemer kan worden gevergd. Opdrachtgever komt niet in schuldelserverzulm door uitstel van aflevering.
4. Uitstel van aflevering als bedoeld in het derde lid van dit artikel geeft de opdrachtnemer nimmer aanspraak op verhoging van de overeengekomen prijs. De opdrachtnemer kan bij een uitstel van aflevering alleen aanspraak maken op vergoeding van gevolgschade indien er aan de zijde van opdrachtgever sprake is van opzet, grove schuld of extreme nalatigheid.