Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 21

Ontbinding wegens faillissement en surséance van betaling

Onderdeel van Inkoopvoorwaarden

1. Indien opdrachtnemer (voorlopige) surséance van betaling aanvraagt of hem (voorlopige) surséance van betaling wordt verleend, zijn faillissement aanvraagt of in staat van faillissement wordt verklaard, dan wel indien er beslag gelegd wordt op registergoederen of essentiële onderdelen van de bedrijfsvoering van de opdrachtnemer die een belemmering kunnen vormen voor de uitvoering en nakoming van de overeenkomst, of de rechtspersoon wijzigt door overname of een overdracht van de aandelen, heeft opdrachtgever het recht de opdrachtnemer aan te zeggen, dat zij de overeenkomst onmiddellijk doet eindigen, zonder ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst en onverminderd het recht van opdrachtgever om vergoeding van schade en/of kosten, in welke vorm dan ook, te eisen. 2. Indien en voor zover de te leveren prestatie, dan wel een onderdeel daarvan, bestaat uit te leveren informatiedragers, zal opdrachtnemer in die gevallen op eerste verzoek van opdrachtgever onverwijld alle in het kader van de overeenkomst tot stand gekomen (concept)informatiedragers tot aan het moment van ontbinding kosteloos in eigendom overdragen aan opdrachtgever. Bij beëindiging als hier bedoeld heeft opdrachtgever het recht alle naar haar oordeel nuttige en noodzakelijke maatregelen te nemen om de realisering van het project verder te effectueren en daarbij derden in te schakelen.

Rechtspraak bij dit artikel