De applicatiebeheerder voorziet in:
a. een planning van periodieke gegevensverstrekking die op basis van autorisatiebesluiten
worden gedaan;
b. de communicatie bij storingen in hard- en software;
c. een bijdrage aan het oplossen van storingen binnen het toepassingssysteem.
d. maatregelen om de gevolgen van verkeerd uitgevoerde systematische verstrekkingen ongedaan
te maken;
e. het bijhouden van een logboek waarin problemen, klachten en bijzondere gebeurtenissen
worden bijgehouden;
f. de coördinatie van de werkzaamheden in geval van uitwijk;
g. de rechtstreekse toegang tot de basisadministratie persoonsgegevens van hiertoe bevoegde
binnengemeentelijke afnemers;
h. de toekenning en schriftelijke vastlegging van de autorisatieniveaus die aan gegevensverwerkers
zijn toegewezen;
i. het bijhouden van een verzameling van de autorisaties die zijn toegekend voor gegevensverwerking
en rechtstreekse toegang;
j. de logging van medewerkers die gegevens:
− raadplegen;
− muteren;
k. melding van inbreuken op de informatiebeveiliging aan de informatiebeheerder;
l. de acceptatie, het testen en evalueren van nieuwe versies van het toepassingssysteem,
alsmede de acceptatie, het testen en evalueren van nieuwe apparatuur;
m. de beoordeling van de gevolgen van de installatie van nieuwe en/of gewijzigde versies van
het toepassingssysteem;
n. de voorlichting aan de gegevensverwerkers met betrekking tot de gevolgen van een nieuwe
of gewijzigde versie van het toepassingssysteem;
o. de vormgeving en inhoud van documenten die rechtstreeks aan de GBA worden ontleend;
p. de afhandeling van verzoeken om managementgegevens;
q. de contacten met de softwareleverancier.
Hoofdstuk 5
Artikel 16
Artikel 16
Onderdeel van Beheerregeling gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens