**1.** Het is verboden te roken of vuur te hebben:
a. in een ruimte in gebruik als opslagplaats van één of meer van de stoffen genoemd in de
Regeling Bouwbesluit brandveiligheid, alsmede artikel II van de Regeling tot wijziging,
onder a tot en met h;
b. bij het verrichten van werkzaamheden die het uitstromen van brandbare vloeistoffen en
(of) gassen kunnen veroorzaken;
c. bij het vullen van een brandstofreservoir met een brandbare vloeistof of een brandbaar
gas.
**2.** Van het verbod gesteld in het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders
ontheffing verlenen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 2.3.5
Verbod open vuur en roken
Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening 1994