De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.
De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb, voor wat betreft de mogelijkheid van het afzien van het horen van belanghebbenden.
Indien de voorzitter besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan. In dit geval adviseert de voorzitter namens de commissie over het bezwaarschrift.
Artikel 10
Hoorzitting
Onderdeel van Verordening bezwaarschriftencommissie personele aangelegenheden Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland 2012