Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Beleidsregels

Onderdeel van Beleidsregels re-integratieverordening WWB 2012

Omschrijving van het beleid ten aanzien van de doelgroep In het geval er binnen de doelgroep keuzes moeten worden gemaakt betreffende de inzet van tijd, geld en nadere middelen, zal de overweging zijn of de inzet hiervan leidt tot verhoogde uitstroom, verlaagde instroom of een kortere periode waarover bijstand moet worden verstrekt. De primaire taak van de gemeente is volgens de wet re-integratie van bijstandsgerechtigden, Nuggers en personen met een uitkering op de grond van de Algemene nabestaandenwet. De bedoeling van de re-integratieverordening en het klantmanagement is om zoveel mogelijk mensen zelfstandig in het levensonderhoud te laten voorzien. Waar dit niet mogelijk is, dient te worden gestreefd naar een zo groot mogelijke zelfredzaamheid door een actieve deelname aan het maatschappelijke verkeer door het voorkomen of opheffen van een sociaal isolement of oplossen van psychische en of lichamelijke problemen. Deze boodschap dient vanaf het moment dat iemand een uitkering aanvraagt te worden gecommuniceerd. Nieuwe instroom Er wordt gestreefd naar het voorkomen van het noodzakelijk verstrekken van een uitkering of, als er al een uitkering is toegekend, zo snel mogelijk actie te ondernemen richting re-integratie. Uiteraard dienen de nodige nuances te worden aangebracht in de benadering van deze groep. Een groot aantal aanvragers heeft geen medische beperkingen en verder geen problemen. Deze groep kan een maatregel in het vooruitzicht worden gesteld bij hen verwijtbare onvoldoende inspanning. Met klanten met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt zal anders dienen te worden omgegaan als met de personen die goed bemiddelbaar zijn. Voor hen zal een uitgebreidere intake en diagnose noodzakelijk zijn en zal er een uitgebreid trajectplan moeten worden opgesteld. Alleenstaande ouders met kinderen Een groot deel van deze personen -merendeels vrouwen- wil aan de slag. Onder deze groep bevindt zich een groot aantal potentiële uitstromers. Zij hebben vaak een relatief lage leeftijd en recente werkervaring of scholing. In verband met verzorging van de kinderen zal werk in eerste instantie vaak parttime plaatsvinden met op den duur uitstroom naar fulltime werk. Een belangrijke voorwaarde is wel de beschikbaarheid van kinderopvang. Nuggers en Anw-ers Onder deze groep valt in principe iedereen die, los van kansen en (on)mogelijkheden, zelf heeft aangegeven op zoek te willen naar betaalde arbeid. Jongeren die zich richten op arbeid in zelfstandig bedrijf of beroep Ook een bedrijf of zelfstandig beroep kan tot duurzame arbeidsinschakeling leiden. Een traject als voorbereiding op het zelfstandig ondernemerschap kan aan de jongere worden aangeboden. De duur van het voorbereidingstraject is maximaal 1 jaar. Op de voorbereidingsperiode zijn de regels van het Bbz 2004 van toepassing. Jongeren die al werkzaam zijn als zelfstandige kunnen een beroep doen op algemene bijstand of bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal, zodat de (jongere) zelfstandige zich geheel kan richten op zijn bestaan als zelfstandige. Jongeren met een arbeidshandicap Het bod moet aansluiten bij de mogelijkheden van de jongere. Het aanbod moet door het college worden afgestemd op de omstandigheden, krachten en bekwaamheden van de jongere. Er kunnen echter lichamelijke, geestelijke en/of sociale gronden zijn op grond waarvan kan worden afgezien van een plan van aanpak voor onbepaalde of bepaalde tijd. Het gaat om een individuele afweging, waarbij een goede diagnose (d.m.v een medisch advies) de basis biedt. Als blijkt dat een jongere niet in staat is om enige vorm van activiteit te verrichten, dan is de uitkering gegarandeerd. Flankerend beleid ten aanzien van zorg, kinderopvang en integrale hulpverlening Voor een goed flankerend beleid geldt dat diverse afdelingen en instanties elkaars handelingen kennen en communiceren. Dit geldt zeker voor situaties waarbij zich problemen voordoen op het gebied van huisvesting, uitkering, medische en sociale zorg en schulden. In geval van dergelijke complexe probleemsituaties voert de klantmanager van de gemeente de regie over het traject. Verwijzen naar de juiste instanties en controle van voortgang zijn van groot belang. Minimabeleid Het gemeentelijk minimabeleid omvat regelingen en voorzieningen binnen en buiten de WWB die minima helpen om rond te komen. Het minimabeleid is een onderdeel van het bijzondere bijstandsbeleid van de HBEL gemeenten. Het minimabeleid omvat: • Individuele bijzondere bijstand • De regeling 65+ • De regeling chronisch zieken en gehandicapten • De regeling deelname aan het maatschappelijk verkeer • De Computerregeling voor kinderen van minima • De Langdurigheidstoeslag Verder kan gebruik worden gemaakt van: • Schuldhulpverlening • Kwijtschelding gemeentelijke belastingen • De collectieve ziektekostenverzekering • Andere voorzieningen Schuldhulpverlening Schulden kunnen re-integratie naar de arbeidsmarkt in de weg staan. Door schuldhulpverlening op te nemen als re-integratieactiviteit in een trajectplan wordt men verplicht deze schulden via schuldhulpverlening aan te pakken. Het verlichten van de schuldsituatie geeft klanten weer psychische ruimte voor stappen naar werk of vormen daarvan. Er wordt niet alleen gezocht naar een financiële oplossing, maar er is ook aandacht voor budgetbegeleiding, budgetbeheer en psychosociale hulp. Daarnaast is aandacht voor het verbeteren van de sociaal-maatschappelijke positie, waardoor nieuwe schulden worden voorkomen. De klanten die in zo´n situatie terecht zijn gekomen, moeten bewust worden gemaakt van het eigen handelen zodat hun zelfredzaamheid wordt vergroot. Afhankelijk van de situatie volgt de klant het traject naar werk en schuldhulpverlening tegelijkertijd of na elkaar. De Kredietbank, gemeente en klant overleggen over het reintegratietraject en het startpunt daarvan. Het traject wordt opgenomen in een trajectplan en de klantmanager van de gemeente voert vervolgens de regie. Kinderopvang In de Wet Kinderopvang is de subsidie niet meer gericht op de opvanginstellingen maar op individuele ouders. Ouders kunnen subsidie ontvangen waarbij de Belastingdienst en de ouder elk een gedeelte van de kosten van de kinderopvang op zich nemen. Bepaalde groepen minima (bijvoorbeeld studenten, ouders met een aanvullende WWB-uitkering, tienermoeders) kunnen bij de gemeente een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang. De vergoeding is afhankelijk van de doelgroep waar iemand toebehoort. Wijze waarop de aanbesteding wordt vormgegeven De aanbesteding van re-integratieactiviteiten kan regionaal (schaalgrootte), dan wel per gemeente plaatsvinden. Hiervoor vindt regelmatig overleg c.q. afstemming plaats tussen de regiogemeenten in de regionale werkgroep Arbeidsmarktbeleid. De re-integratieactiviteiten van elke gemeente afzonderlijk zijn regionaal beschikbaar en kunnen op individuele basis bij elkaar worden ingekocht.

Rechtspraak bij dit artikel