Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
vergunning of ontheffing binnen zes weken na de datum van ontvangst
van de aanvraag.
Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
verlengen.
In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 3.9 van de Wet
algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist
wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10,
vierde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede
lid, aanhef en onder a, of artikel 4:10:1.
Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor de
beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4,
eerste lid.