Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:
het commerciële uitstallingen en commerciële uitingen
betreft;
het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg,
de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan
wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of
onderhoud van de weg; of
het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
welstand.
Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder
geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang wordt gelaten
op voetpaden en op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd
verkeer.
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en
leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
uitstallingen, spandoeken en reclameborden.
Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het
verbod in het eerste lid.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in
het eerste lid bedoelde gebruik voor zover dit een activiteit
betreft als bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder j, of onder k,
van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:
evenementen als bedoeld in artikel 2.24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5.18 en
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling
een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of de provinciale
wegenverordening.
Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van
de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij
niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:10
Voorwerpen op of aan de weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Heerde 2017