In dit artikel wordt verstaan onder:
Wet: de Wet op de kansspelen;
speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de
Wet;
kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van
de Wet;
hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
onder d, van de Wet;
laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
onder e, van de Wet;
In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan,
waarvan maximaal twee kansspelautomaten.
In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan,
met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn
toegestaan.
In een horeca-inrichting gelegen op een kampeerterrein dat als
zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd zijn vier
speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat:
indien de inrichting hoogdrempelig is maximaal twee
kansspelautomaten zijn toegestaan;
indien de inrichting laagdrempelig is kansspelautomaten in het
geheel niet zijn toegestaan.
Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid