Het is verboden bijen te houden:
binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere gebouwen
waar overdag mensen verblijven;
binnen een afstand van tien meter van de weg.
Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet indien op een
afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als
noodzakelijk is om het laag uit en invliegen van de bijen te
voorkomen.
Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt niet
voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
gebouwen als bedoeld in dat lid.
Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt niet
voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
Provinciaal wegenreglement.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
verlenen.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
beslissen) van toepassing.