Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen
dan wel aan te lokken:
op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
gebieden;
gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.
Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel
3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan personen die zich
bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste
lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde
richting te verwijderen.
De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de in artikel
3:13, tweede lid genoemde belangen personen aan wie ten minste
eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid, verbieden
zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar
middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de tijden
bedoeld in het eerste lid.
De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod indien
dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene
noodzakelijk is.