Het is verboden te venten:
op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen
openbare plaatsen; of
op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen
dagen en uren.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
lid.
Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van
de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij
niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, is niet van
toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin
gedachten en gevoelens worden geopenbaard.