**1.** Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking
tot:
a. vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens en stacaravans,
op vaste standplaatsen
en in hoofdzaak bestemd voor het verblijf houden door een of meer
leden van
een zelfde huishouden gedurende de periode 1 maart tot en met 31
oktober bepaald op:
2,73;
b. vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens en stacaravans,
op vaste standplaatsen
en in hoofdzaak bestemd voor het verblijf houden door een of meer
leden van
eenzelfde huishouden gedurende de periode 1 januari tot en met 31
december bepaald
op 2,4.
**2.** Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is
overnacht, wordt:
a. ingeval verblijf wordt gehouden in vakantieonderkomens, mobiele
kampeeronderkomens
en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende de periode 1 maart
tot en met 31 oktober,
bepaald op 60;
b. ingeval verblijf wordt gehouden in vakantieonderkomens, mobiele
kampeeronderkomens
en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende de periode 1 januari
tot en met
31 december, bepaald op 80.
Hoofdstuk 1
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2009