Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Bijbehorende bouwwerken bij woningen binnen de bebouwde kom

Onderdeel van Beleidsregels ex artikel 2.12 Wabo

Afgeweken wordt van het bestemmingsplan voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij woningen gelegen binnen de bebouwde kom, mits: gebouwd wordt op een afstand van minimaal 1,0 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan; gebouwd wordt tegen of op een afstand groter dan 1,0 meter uit de perceelsgrens; de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mag maximaal 75 m² bedragen, mits niet meer dan 40% van het zij- en achtererf van de woning wordt bebouwd; in afwijking van het bepaalde onder 3 geldt dat de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op percelen met een oppervlakte groter dan 500 m² maximaal 75 m² mag bedragen vermeerderd met 5% van de extra perceelsgrootte, tot een maximale oppervlakte van 100 m² en mits niet meer dan 40% van het zij- en achtererf van de woning wordt bebouwd; ten aanzien van aangebouwde bijbehorende bouwwerken geldt dat: de goothoogte niet meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning, vermeerderd met 0,3 meter; het dak plat moet worden uitgevoerd of met een kap welke qua richting en hellingshoek van de kap van de woning is afgeleid; de horizontale diepte niet meer dan 3,0 meter mag bedragen; in de gebieden als aangegeven op kaart 1, in afwijking van het bepaalde onder a, bij een woning bestaande uit één bouwlaag met een kap, een bijbehorend bouwwerk bestaande uit twee bouwlagen aan de achtergevel is toegelaten, mits deze niet hoger is dan de hoogte van de woning; in de gebieden als aangegeven op kaart 1, in afwijking van het bepaalde onder c, aangebouwde bijbehorende bouwwerken zijn toegelaten, mits: de horizontale diepte niet meer bedraagt dan de breedte van de woning; de breedte niet meer bedraagt dan de helft van de breedte van de woning; n iet is of wordt gebouwd aan de andere helft van de oorspronkelijke achtergevel van de woning; ten aanzien van vrijstaande bijbehorende bouwwerken geldt dat: de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3,0 meter; het dak plat moet worden uitgevoerd of met een kap met een maximale hellingshoek van 35°; deze gebouwd moeten worden op een afstand van minimaal 1,0 meter van de woning en daaraan gebouwde bijbehorende bouwwerken; in afwijking van het bepaalde onder 1 t/m 6 zijn op of boven het erf voor de voorgevel toegelaten: stallingsvoorzieningen voor scootmobielen, mits: de oppervlakte niet meer bedraagt dan 5 m²; de hoogte niet meer bedraagt dan 1,3 meter; gebouwd wordt tegen de voorgevel óf vrijstaand waarbij de afstand tot het openbaar gebied minimaal 1,0 meter moet bedragen; stallingsvoorzieningen voor fietsen indien de woning niet via een achtererf te bereiken is en er geen stallingsvoorziening in de openbare ruimte is, en welke voldoen aan de onder a genoemde maten; ondergeschikte bouwdelen.

Rechtspraak bij dit artikel