a. De aanvrager kan op het moment van aanvraag en in de twaalf daaraan voorafgaande
maanden niet beschikken over een inkomen dat hoger is dan 110% van het sociaal minimum.
b. De aanvrager heeft op het moment van aanvraag en in de twaalf daaraan voorafgaande
maanden geen in aanmerking te nemen vermogen.
c. De aanvrager heeft naar verwachting binnen drie maanden na indiening van de aanvraag
geen uitzicht op inkomensverbetering van meer dan 20%.
d. De aanvrager voert een zelfstandige huishouding.
Hoofdstuk 5
Artikel 3
Algemene voorwaarden voor het recht op de bijdrageregeling
Onderdeel van Beleidsregels categoriale bijzondere bijstand chronisch zieken en gehandicapten gemeente Nunspeet 2009