1. Een bij regeling van Onze Ministers aangewezen instelling of persoon verricht niet een
bij ministeriële regeling aangewezen handeling met betrekking tot bodem, grond, baggerspecie of
bouwstof, waarop deze instelling of persoon een persoonlijk of zakelijk recht heeft.
2. Een bij regeling van Onze Ministers aangewezen instelling of persoon verricht niet een
bij ministeriële regeling aangewezen handeling ten aanzien van een persoon, een stof, een
bouwstof, een product, een installatie, een voorziening of ander object, waarmee deze instelling
of persoon een organisatorische, financiële of juridische binding heeft, tenzij deze binding alleen
voortvloeit uit de overeenkomst tot uitvoering van de werkzaamheid.
3. Het eerste lid geldt niet voor degene die door middel van organisatorische maatregelen,
op aantoonbare, transparante en controleerbare wijze, ervoor zorg heeft gedragen dat de
werkzaamheid uitsluitend wordt verricht door een onderdeel van de organisatie dat of een
persoon die:
a. geen financieel belang heeft bij de uitkomst van de werkzaamheid;
b. onder een andere bestuurlijke verantwoordelijkheid valt dan degene die een persoonlijk of
zakelijk recht heeft op de bodem, grond, baggerspecie of bouwstof, en
c. onder de directe aansturing van een andere leidinggevende valt dan degene die een persoonlijk
of zakelijk recht heeft op de bodem, grond, baggerspecie of bouwstof.
4. Indien een normdocument eisen bevat ten aanzien van organisatorische maatregelen als
bedoeld in het derde lid voldoet de persoon of instelling die voor de desbetreffende
werkzaamheid is erkend aan het derde lid, indien hij aan het normdocument voldoet.