1. Burgemeester en wethouders leggen uiterlijk een half jaar na inwerkingtreding van dit
besluit op een kaart de bodemfunctieklassen, zijnde industrie of wonen, van het gebied binnen
hun gemeente, waarop of waarin de grond of baggerspecie zal worden toegepast, vast.
2. Bij regeling van Onze Ministers worden voor de bodemfunctieklassen, bedoeld in het
eerste lid, maximale waarden vastgesteld.
3. Bij regeling van Onze Ministers worden de eisen vastgesteld waaraan de kaart, bedoeld
in het eerste lid, moet voldoen.
4. Indien geen kaart is vastgesteld als bedoeld in het eerste lid, kan alleen grond of
baggerspecie worden toegepast, die de achtergrondwaarden niet overschrijdt.
5. Dit artikel is niet van toepassing op het toepassen van grond of baggerspecie in
oppervlaktewater.