Voor de vaststelling van de draagkracht in het inkomen, wordt 35% van de draagkrachtruimte in aanmerking genomen.
In afwijking van lid 1 wordt voor aanvragers vanaf 55 jaar en/of aanvragers met een WMO-relatie de draagkracht in het inkomen gesteld op 20% van de draagkrachtruimte.
Bij toepassing van de artikelen 11 tot en met 13 van deze verordening met betrekking tot woonkostentoeslag wordt, in afwijking van lid 1, 100% van de draagkrachtruimte in aanmerking genomen.
De artikelen 31 lid 2 en artikel 33 lid 5 van de WWB zijn van overeenkomstige toepassing.