De aflossing van verstrekte leenbijstand wordt vastgesteld op 6% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Individuele omstandigheden kunnen aanleiding geven om af te wijken van het eerste lid. De aflossing bedraagt echter nooit meer dan 10% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Indien de leenbijstand wordt toegekend aan een belanghebbende, die op grond van artikel 4 van deze verordening over draagkrachtruimte beschikt, wordt de in de vorige leden bedoelde aflossingsverplichting verhoogd met de in dat artikel aangegeven percentages van de draagkrachtruimte.
Aflossing geschiedt in beginsel gedurende 36 maanden naar draagkracht. Deze termijn wordt verlengd, indien de individuele omstandigheden hier aanleiding toe geven.