Naar hoofdinhoud

Artikel 6:

Intrekken vergunning

Onderdeel van 1e wijziging van de Standplaats- en ventverordening

1.. Een vergunning kan worden ingetrokken als: de in artikel 5 bedoelde belangen daartoe aanleiding geven; de vergunninghouder handelt in strijd met het bij of krachtens deze verordening bepaalde; wanneer bij herhaling is geconstateerd, door de in artikel 19 genoemde ambtenaren, dat standplaats wordt ingenomen in afwijking van de door Burgemeester en Wethouders verleende vergunning. op verzoek van de belanghebbende; bij overlijden van de belanghebbende, tenzij binnen twee maanden door de rechtverkrijgende onder algemene titel is aangegeven dat de vergunning op diens naam moet worden overgeschreven en mits, voor zover van toepassing, wordt voldaan aan alle overige bepalingen inzake de Vestigingswetgeving; indien gedurende een periode van drie maanden, anders dan wegens overmacht, geen of nagenoeg geen daadwerkelijk gebruik is gemaakt van de vergunning; indien de rechthebbende niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor het gebruik van de standplaats voldoet. 2.. Een vergunning kan worden ingetrokken als noodzakelijke werkzaamheden aan of in de onmiddellijk aangrenzende openbare ruimte van de standplaats, waarbij de standplaats een belemmering vormt of waarbij er gevaar voor standplaatshouder en publiek kan ontstaan, moeten worden uitgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel