In deze verordening wordt (mede) verstaan onder:
wet:
de Wet op de kansspelen;
kansspelautomaat:
een automaat als bedoeld in artikel 30, onder c van de wet;
speelautomatenhal:
een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet;
exploitant:
de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;
beheerder:
degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast;
weg:
weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.