**1.** Bij het vaststellen van het inkomen wordt in aanmerking genomen het
inkomen zoals vermeld in artikel 31, 32 en 33 van de WWB.
**2.** Voor het vaststellen van het vermogen zijn de bepalingen als genoemd
in artikel 34 van de WWB van toepassing.
**3.** Indien als gevolg van wisselende of eenmalige inkomsten het
inkomen in de peilmaand hoger is dan de norm wordt uitgegaan van een
gemiddeld inkomen. Het gemiddeld inkomen wordt berekend door de som
van het inkomen dat maximaal 12 maanden voorafgaand aan de peilmaand
is ontvangen te delen door het aantal maanden waarover het inkomen
is ontvangen;
**4.** Voor het niet in aanmerking nemen van middelen en inkomen wordt
aangesloten bij de bepalingen van artikel 31, 32 en 33 WWB.