Bij aanvragen om standplaatsvergunning past het college de weigeringsgronden als in artikel 1:8 APV (algemeen) en artikel 5:18 APV (bijzonder) als volgt toe.
Een standplaats levert strijdigheden op met de openbare orde en de openbare veiligheid als:
het innemen van de standplaats leidt tot het ontstaan van wanordelijkheden;
afbreuk wordt gedaan aan de openheid en controleerbaarheid van de openbare plaats zodat de sociale veiligheid in het geding is;
de doorgang voor hulpdiensten hierdoor verhinderd wordt;
er op een afstand van minder dan 5 meter bebouwing aanwezig is waardoor een op de standplaats ontstane brand kan overslaan;
de hoeveelheid in te nemen parkeerplaatsen leidt tot een afname van parkeergelegenheid zodat de parkeerdruk toeneemt;
er ongewenste verkeersbewegingen zullen ontstaan, doordat er bijvoorbeeld looproutes worden geblokkeerd.
Een standplaats levert strijdigheden op met het milieu als de aard van het aan te bieden product leidt tot reuk- en stankoverlast of vervuiling van de omgeving. Dit voor zover andere wet- en regelgeving, of aan een vergunning verbonden voorschriften hier niet in kunnen voorzien.
Een standplaats levert strijdigheden op met redelijke eisen van welstand als:
het straatbeeld bij en in de directe omgeving van monumenten en stedenbouwkundig waardevolle aangezichten daardoor wordt verstoord;
er met het aantal standplaatsen er een totaalbeeld van wildgroei binnen de gemeente ontstaat.
Door een standplaats komt het redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in het gedrang als inname van de standplaats naar alle waarschijnlijk leidt tot sluiting van winkels, omdat daar dezelfde producten als in de standplaats worden verkocht. Daarbij moet het gaan om winkels die producten verkopen die niet door andere winkels in de omgeving worden verkocht en door de verkoop van betreffend producten in een standplaats hun bestaansrecht verliezen. Van belang daarbij mede is het aantal dagen dat de standplaats wordt ingenomen.