Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Dinkelland 2012

1.. In deze verordening wordt verstaan onder: wet : de Wet werk en bijstand; referteperiode : een periode van 36 maanden, direct voorafgaand aan de peildatum; peildatum : de datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat; inkomen : het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ als bedoeld in het eerste lid, aanhef, sub b van dit artikel ‘de referteperiode’ moet worden gelezen en een bijstandsuitkering, voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag, als inkomen wordt gezien; belanghebbende : degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit op grond van deze verordening is betrokken; bijstandsnorm : de op de belanghebbende van toepassing zijnde norm als bedoeld in de artikelen 20 en 21 van de wet, exclusief vakantietoeslag en inclusief de toeslag of verlaging op grond van de Toeslagenverordening gemeente Dinkelland 2012; raad : de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland; college : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland. 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 36, eerste lid van de wet zijn de bepalingen in deze verordening van toepassing op belanghebbenden van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar. 3.. Indien een lid van het gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef, sub c van de wet op de peildatum is uitgesloten van het recht op een langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 van deze wet ingevolge het bepaalde in de artikelen 11 of 13, eerste lid van de wet, waardoor slechts één van de gezinsleden recht op deze toeslag kan doen gelden, komt dit laatstbedoelde gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag: indien en voor zover door dit gezinslid aan het bepaalde in artikel 36 van de wet en in deze verordening wordt voldaan; op basis van de bijstandsnorm, geldend op 1 januari van het jaar waarop het recht op de langdurigheidstoeslag bestaat, die voor dit gezinslid als alleenstaande, of als alleenstaande ouder, zou gelden. 4.. De in deze verordening gehanteerde begrippen en begripsbepalingen hebben dezelfde betekenis als bedoeld in de wet en de Algemene wet bestuursrecht, tenzij daarvan uitdrukkelijk in deze verordening wordt afgeweken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel