Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 26

Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007

1.. De voorzitter van een commissie, zoals genoemd in artikel 1, lid a, onder 1, 2 en 3, ontvangt een vergoeding voor het bijwonen van een vergadering van deze commissie van € 180,00 (prijspeil 1 januari 2005). 2.. Een lid van een commissie, zoals genoemd in artikel 1, lid a, onder 4, niet zijnde een raadslid, ontvangt een vergoeding voor het bijwonen van een vergadering van deze commissie van € 130,00 (prijspeil 1 januari 2005). 3.. De vergoedingen genoemd in het eerste en tweede lid worden per januari van elk jaar herzien aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar vastgestelde indexcijfer CAO lonen overheid voor volwassenen. 4.. Aan de voorzitter en leden van een adviesraad, zoals genoemd in artikel 1, lid a, onder 4, zal een onkostenvergoeding van € 120,00 per jaar (prijspeil 1 januari 2005) worden verstrekt voor reis-, porto- en telefoonkosten. Deze vergoeding zal in twee termijnen worden verstrekt. Voorwaarde voor het ontvangen van deze onkostenvergoeding is het bijwonen van minimaal 75% van de vergaderingen in het afgelopen half jaar, zoals vastgesteld door de voorzitter via de presentielijsten. 5.. In bijzondere gevallen kan het college van deze regel afwijken en toch een vergoeding toekennen van een lid dat minder dan 75% van de vergaderingen heeft bijgewoond. Een verzoek hiertoe wordt door het betreffend lid schriftelijk aan het college voorgelegd. 6.. Het college kan desgewenst bij de voorzitter van een adviesraad advies inwinnen over het toekennen van een vergoeding aan de leden van een adviesraad. 7.. Een adviesraad krijgt jaarlijks een budget van € 350,00 (prijspeil 1 januari 2005) ter bestrijding van algemene kosten zoals deskundigheidsbevordering of het ondernemen van een gezamenlijke activiteit. De vergoeding vindt plaats op declaratiebasis: niet bestede budgetten kunnen derhalve niet worden uitgekeerd aan leden. 8.. De vergoeding genoemd in het eerste lid worden per januari van elk jaar herzien aan de hand van het consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar en bekend gemaakt in de Staatscourant.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel