In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet
De Archiefwet 1995.
een gemeentelijk orgaan
een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiek recht is ingesteld of een ander persoon of college met openbaar gezag bekleed.
archiefbescheiden:
bescheiden, ongeacht hun vorm, door gemeentelijke organen ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd daaronder te berusten;
bescheiden, ongeacht hun vorm, met overeenkomstige bestemming, ontvangen of opgemaakt door instellingen of personen wier rechten of functies op enig gemeentelijk orgaan zijn overgegaan;
bescheiden, ongeacht hun vorm, welke ingevolge overeenkomsten met of beschikkingen van instellingen of personen dan wel uit anderen hoofde in de archiefbewaarplaats zijn opgenomen om daar te berusten;
reprodukties, ongeacht hun vorm, welke bij of krachtens de wet in de plaats zijn gesteld van de onder a, b of c bedoelde archiefbescheiden of welke op grond van het bepaalde in artikel 7 van de wet zijn vervaardigd.
documentatie
alle andere documtenten dan archiefbescheiden.
archiefbewaarplaats
een, ingevolge artikel 31 van de wet, voor de blijvende bewaring van archiefbescheiden en documentatie aangewezen bewaarplaats.
archiefruimte
een ruimte bestemd of aangewezen voor de bewaring van archiefbescheiden en documentatie in afwachting van hun overbrenging ingevolge artikel 12, eerste lid of artikel 13, eerste lid van de wet.