De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten van een woonvoorziening als bedoeld in artikel 15 onder b van de verordening wordt als volgt vastgesteld:
de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening;
de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991;
het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in de DNR 2005 (De Nieuwe Regeling 2005), voor zover het College het inschakelen van een architect noodzakelijk acht;
de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom;
de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
renteverlies, i.v.m. het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;
de prijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk als niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden;
de door het college schriftelijk goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;
de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening;
de administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de gehandicapte bedragen, voorzover de kosten genoemd onder 1 tot en met 10 meer dan € 900,-- zijn, 10% van die kosten met een maximum van € 340,--.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Woningaanpassingen
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning 2012