Bij de verlening van een persoonsgebonden budget wordt de budgethouder de volgende verplichtingen opgelegd:
de budgethouder gebruikt het persoonsgebonden budget uitsluitend voor betaling van de voorziening en de daarmee noodzakelijk verbonden kosten;
de budgethouder besteedt het persoonsgebonden budget uitsluitend aan een kwalitatief verantwoorde en adequate voorziening conform het programma van eisen;
de budgethouder zorgt voor een goede en controleerbare vastlegging van ontvangsten, uitgaven en verplichtingen en houdt deze gedurende 7 jaar beschikbaar vanaf de ingangsdatum van toekenning persoonsgebonden budget; en
de budgethouder geeft de op grond van het persoonsgebonden budget aangeschafte voorziening terug aan de gemeente als de voorziening niet meer volgens de opgelegde voorwaarden wordt gebruikt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Verplichtingen persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning 2012