Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
programma's. In de verantwoording geeft het college aan:
wat is bereikt;
welke goederen en diensten zijn geleverd;
wat de kosten zijn;
hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting
gestelde doelen.
In de verantwoording worden afwijkingen op de (bijgestelde) ramingen
van de baten en de lasten en investeringskredieten in de begroting
toegelicht. Uitgangspunt vormen hierbij de criteria zoals genoemd in
het overzicht van artikel 4 lid 2.
Bij de vaststelling van de jaarrekening en de daarin
opgenomen resultaatbestemming stelt het college de gemeenteraad
voor in te stemmen met het overhevelen van de niet aangewende
middelen als gevolg van nog niet uitgevoerde activiteiten naar
het nieuwe begrotingsjaar. Deze middelen worden toegevoegd aan
de reguliere exploitatie. Dekking vindt plaats door een
eenmalige onttrekking uit de algemene reserve. De uitgave van
deze middelen voorafgaand aan de besluitvorming van de
jaarrekening worden niet aangemerkt als onrechtmatige
uitgaven.
Titel 1. › Paragraaf
Artikel 10.