Indien burgemeester en wethouders ontheffing van voorschriften in deze paragraaf verlenen gelden de drie volgende richtlijnen:
een bouwwerk mag niet zodanige afmetingen of een zodanige ligging verkrijgen dat tot een bestaand deel ervan of een ander bouwwerk niet meer voldoende licht en lucht zouden kunnen toetreden, dan wel dat de goede werking van schoorstenen en ventilatiekanalen zou worden belemmerd;
bij de beoordeling van een aanvraag om bouwvergunning moet worden aangenomen dat alle om het bouwterrein liggende terreinen zijn bebouwd tot de hoogte en de oppervlakte die ten hoogste zonder vrijstelling mogelijk zijn krachtens:
bestemmingsplan;
deze verordening, of
enige andere verordening;
bij overschrijding van een of meer van de onder b bedoelde maxima door een bestaand bouwwerk moet in afwijking van het gestelde onder b worden uitgegaan van de werkelijke afmetingen van dat bouwwerk.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.1
Richtlijnen voor de verlening van ontheffing van de stedenbouwkundige bepalingen
Onderdeel van Bouwverordening Leudal 2007