Het is verboden:
In de haven met meer dan één vaartuig langszij van elkaar te
meren of gemeerd te liggen, waarbij echter voor in- en uitvaart
een vaarweg moet openblijven van ten minste 10 meter;
Motorjachten en roeiboten af te meren aan een loswal.
De schipper van een vaartuig, liggende in gemeentelijk water bij
een aanlegplaats, moet op aanzegging van de havenmeester
gedogen, dat een ander vaartuig terzijde van het zijne komt en
daarover gemeenschap met de wal heeft. Hij behoeft echter niet
te gedogen, dat uit zodanig ander vaartuig over het zijne
geladen of gelost wordt, tenzij het noodzakelijk is en door de
havenmeester gelast wordt.
Van het bepaalde in het 1e lid kunnen burgemeester en
wethouders ontheffing verlenen.